KenniscentrumDarmkanker › Aanvullend onderzoek › Aanvullend onderzoek

Aanvullend onderzoek

Na de diagnose dikkedarmkanker is nader onderzoek nodig om vast te kunnen stellen wat het stadium van de ziekte is en welke behandeling het meest geschikt is. De volgende aanvullende onderzoeken kunnen dan plaatsvinden:
Het kan enige tijd duren voordat u alle noodzakelijke onderzoeken heeft gehad en de aard en het stadium van uw ziekte bekend is.
Waarschijnlijk heeft u vragen over de aard van uw ziekte, het mogelijke verloop daarvan en de behandelmogelijkheden. Vragen die tijdens de periode van onderzoeken nog niet te beantwoorden zijn. Dat kan spanning en onzekerheid met zich meebrengen, zowel bij u als bij uw naasten. Het kan helpen als u weet wat er bij de verschillende onderzoeken gaat gebeuren. Vraag er daarom gerust naar op de afdelingen waar de onderzoeken plaatsvinden.

Bloedonderzoek

Als uit de onderzoeken blijkt dat u dikkedarmkanker heeft, wordt vaak een speciaal bloedonderzoek gedaan. Voor een bloedonderzoek wordt doormiddel van een prik wat bloed afgenomen. Het bloed wordt naar het laboratorium gebracht en daar onderzocht.
Er wordt dan gekeken naar het zogenoemde CEA-gehalte in het bloed. Sommige kwaadaardige tumoren in de dikke darm produceren de stof CEA (carcino-embryonaal antigeen), een stof die in het bloed terechtkomt. Door het CEA-gehalte voor en na de behandeling met elkaar te vergelijken, kan de reactie van de ziekte op de behandeling worden beoordeeld.
Voor bloedafname kunt u terecht bij het Laboratorium afname in het Slingeland Ziekenhuis.
U kunt voor bloedafname ook gebruikmaken van een van de verschillende servicepunten in de regio.

CT scan

Dit onderzoek vindt plaats op de afdeling Radiologie (routenummer 62).
Om te onderzoeken of de tumor ook in andere organen in de buik is doorgegroeid en om te kijken of er sprake is van uitzaaiingen, wordt een CT-scan van de buik en de thorax (borstkast) gemaakt.
Bij dit onderzoek wordt over het algemeen ook de lever bekeken. Een echografie van de lever is dan vaak niet meer nodig.
Een computertomograaf is een apparaat waarmee organen en/of weefsels zeer gedetailleerd in beeld worden gebracht. Bij het maken van een CT-scan wordt gelijktijdig gebruikgemaakt van röntgenstraling en een computer.
Om een CT-scan te maken, ligt de patiënt op een tafel die in een soort ring wordt geschoven. In deze ring bevindt zich een ronddraaiende buis die röntgenstralen uitzendt. Met behulp van de computer kan zo de dwarsdoorsnede van het lichaam in beeld worden gebracht. Deze informatie wordt door de computer omgezet in verschillende afbeeldingen.
Gebruikelijk is om naar schijfjes "mens" te kijken. Deze kunnen dwars of over de lengte weergegeven zijn. Door meerdere 'schijfjes' op een rij weer te geven, ontstaat een drie dimensionaal beeld van de verschillende organen en hun verhoudingen. Deze 'doorsneden' geven een beeld van de plaats, grootte en uitbreiding van de tumor en/of eventuele uitzaaiingen.

Contrastvloeistof

Vaak is aanvullend tijdens dit onderzoek contrastvloeistof nodig om te zorgen dat het beeld nog duidelijker wordt. Contrastvloeistof kan op verschillende manieren worden toegediend:
  • Inspuiten tijdens het onderzoek in een bloedvat van de arm.
  • Het drinken van een bepaalde hoeveelheid cotrastvloeistof. Hierdoor zijn de darmen op de foto beter te onderscheiden van andere weefsels.
  • Inbrengen van de contrastvloeistof via de endeldarm.
Contrastvloeistof kan een warm en weeïg gevoel veroorzaken. Sommige mensen worden er een beetje misselijk van. Om ervoor te zorgen dat u hier zo min mogelijk last van heeft, is het advies enkele uren voor het onderzoek niets te eten en te drinken.
Er zijn mensen die overgevoelig zijn voor de contrastvloeistof. Als u denkt dat u eerder zo' één overgevoeligheidsreactie heeft gehad (koorts, zweten, duizeligheid), is het belangrijk dit voor het onderzoek aan uw arts te melden. In dat geval zal voor een MRI-scan worden gekozen.
Meer informatie over dit onderzoek leest u in de folder CT-scan
Bekijk ook het filmpje Een CT-scan: wat u kunt verwachten.

Echografie van de lever

Dit onderzoek vindt plaats op de afdeling Radiologie (routenummer 62).
Een echografie is een onderzoek met behulp van geluidsgolven. Deze golven zijn niet hoorbaar, maar de weerkaatsing (echo) ervan maakt organen en/of weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Een eventuele tumor en/of uitzaaiingen in de lever kunnen zo in beeld worden gebracht.
Tijdens het onderzoek ligt u op een onderzoektafel. Nadat op uw huid een gelei is aangebracht, wordt daarover een klein apparaat bewogen dat geluidsgolven uitzendt. De afbeeldingen op het beeldscherm kunnen op foto's worden vastgelegd.
De echografie is een eenvoudig, niet belastend onderzoek. Wel is het soms noodzakelijk dat u enkele uren voor het onderzoek niet eet en drinkt.
Meer informatie over dit onderzoek leest u in de folder Echografie

MRI scan

Dit onderzoek vindt plaats op de afdeling Radiologie (routenummer 62).
Wanneer de tumor zich in het laatste gedeelte van de dikke darm bevindt (in de endeldarm) vindt er aanvullend een MRI-scan plaats. Deze scan geeft een nauwkeurig beeld van de endeldarm en het omliggende weefsel.
Bij een MRI scan wordt gebruik gemaakt van een magneetveld in combinatie met radiogolven en een computer. De techniek maakt 'dwars- of lengtedoorsneden' van het lichaam zichtbaar, waardoor een eventuele tumor en/of uitzaaiingen in beeld komen.
Tijdens dit onderzoek ligt u in een soort koker. Sommige mensen ervaren het onderzoek daardoor als benauwend. Een MRI-apparaat maakt nogal wat lawaai. Hiervoor krijgt u oordopjes in; soms kunt u naar (uw eigen) muziek luisteren. Via de intercom blijft altijd contact bestaan tussen u en de laborant, die tijdens het onderzoek in een andere ruimte is. Soms wordt tijdens het onderzoek via een bloedvat in uw arm een contrastvloeistof toegediend.
Meer informatie over dit onderzoek leest u in de folder MRI-onderzoek.
Bekijk ook het filmpje: Een MRI-scan: wat kunt u verwachten

Endo-echografie

Wanneer de specialist wil weten of het mogelijk is om de tumor te verwijderen via een endoscopische operatie via de anus (TEM), zal hij hiervoor eerst een endo-echografie (ook wel echo-endografie) willen uitvoeren. Voor dit onderzoek heeft het Slingeland Ziekenhuis een samenwerkingsverband met de endoscopieafdeling van het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) te Nijmegen. Mocht een endoscopische operatie nodig zijn, dan zal deze ook plaatsvinden in het CWZ.
Bij dit onderzoek schuift een specialist via de anus een slang met een kleine camera in de endeldarm. Aan deze slang is ook een echo-apparaatje gekoppeld, waarmee de endeldarm van binnenuit op een beeldscherm zichtbaar wordt gemaakt.
Met behulp van endo-echografie kan de mate van doorgroei van de tumor in de wand van de endeldarm worden vastgesteld. Tevens zijn de lymfeklieren in de directe omgeving van de tumor te beoordelen.








Deel deze pagina: