KenniscentrumPreventie › Methode van screening › Methode voor onderzoek naar darmkanker

Methode voor onderzoek naar darmkanker

De dikke darm kan op verschillende manieren onderzocht worden op poliepen en darmkanker. De voor- en nadelen van elk van deze onderzoeken voor het opsporen van poliepen en darmkanker worden hieronder besproken.

Ontlastingstest

Deelnemers aan het bevolkingsonderzoek krijgen via de post een zelfafnametest. Er zit een buisje bij de uitnodiging waarmee iemand op vier verschillende plaatsen in de ontlasting moet prikken. Het buisje kan vervolgens in een retourenvelop gratis naar het laboratorium worden verzonden. Daar wordt de ontlasting onderzocht op bloedsporen. Een negatieve uitslag (d.w.z. geen bloedsporen in de ontlasting gevonden) sluit het hebben van darmkanker niet uit. 

Colonoscopie

Het onderzoek van eerste keuze is coloscopie. Bij een coloscopie wordt de hele dikke darm met een endoscoop van binnen bekeken. Dit is het meest betrouwbare onderzoek voor het vinden van poliepen en darmkanker. Als poliepen worden gevonden kunnen ze meestal ook gelijk verwijderd worden. De nadelen zijn dat zowel het onderzoek als de voorbereiding door de patiënt als zwaar wordt ervaren.
Folder Coloscopie

CT-scan van de dikke darm (CT-colonografie)

Bij CT-colonografie wordt met een CT-scan gerichte opnamen gemaakt van de dikke darm. Na voorbereiding van de darm kan met dit onderzoek ongeveer 90% van de kwaadaardige gezwellen en grotere poliepen gevonden worden. Nadeel is de blootstelling aan röntgenstraling. Als er afwijkingen gevonden worden zal meestal een colonoscopie volgen om poliepen weg te halen of om weefsel te verkrijgen voor microscopisch onderzoek.

Sigmoïdoscopie

Bij een sigmoïdoscopie wordt het onderste deel van de dikke darm van binnen bekeken met een flexibele slang (een endoscoop). Het voordeel ten opzichte van een volledig dikke darm onderzoek is dat de darm niet helemaal gereinigd hoeft te zijn. Met klysma's wordt het laatste deel van de darm schoongemaakt. Het onderzoek gaat sneller en is minder vervelend dan een colonoscopie. Poliepen of tumoren die hogerop in de darm zitten worden met dit onderzoek gemist. Geschat wordt dat 30-65% van eventuele poliepen of darmkanker met dit onderzoek kan worden gemist. Desondanks kan het risico op het krijgen van darmkanker met 33% worden teruggebracht wanneer iemand eens in de 5 jaar een sigmoïdoscopie ondergaat (Bron: Atkin et. al., Lancet 2010).
Folder Sigmoïdoscopie

Bloedonderzoek niet mogelijk

Een bloedonderzoek naar darmkanker is niet mogelijk. In het bloed kan wel een ‘tumormarker' worden bepaald (het CEA). Deze is bij darmkanker soms verhoogd. Bloedonderzoek is echter niet betrouwbaar genoeg om als screeningsonderzoek te dienen. In het geval van poliepen en zelfs bij de meeste mensen met een aangetoonde darmtumor is het CEA niet verhoogd. Daarnaast kan de waarde verhoogd zijn bij verschillende andere aandoeningen, zowel goedaardig als kwaadaardig.








Deel deze pagina: